Eva en Maria (zonde en verlossing) Jos ten Horn |
Viering Op 8 december viert de kerk, in het oosten sinds de achtste eeuw, het feest van Maria's onbevlekte ontvangenis. In deze titel, die zo bekend werd na de dogmaverklaring in 1854 en de verschijning in Lourdes van Maria aan Bernadette, wordt uitgedrukt het geloof dat Maria vanaf haar conceptie vrij was van elke zonde. In de eerste lezing van de eucharistieviering wordt haar tegenbeeld getoond: Eva, die ongehoorzaam was, verleid door de slang; begin van een geschiedenis van schaamte en angst. Bij de vervloeking van de slang klinkt, in Genesis 3, 15, een woord dat altijd als belofte opgevat is: "Vijandschap sticht ik tussen u en de vrouw, zijn hiel". In het laatste bijbelboek, Apocalyps 13, gaat het opnieuw over die vrouw en de slang, of draak. Na een hevige strijd overwinnen zij en haar pasgeboren kind. In het eerste en het laatste bijbelboek gaat het over de strijd tegen de machten van het kwaad, in ons en om ons heen. Zowel in het komen van het kwaad, als in de bevrijding ervan, spelen man en vrouw, de hele mens, de hoofdrol. |
|
Afbeelding De glazen tonen in het midden de vrouw, als teken aan de hemel met de sterren en de maan, overwinnares van het kwade. Haar gezicht toont grote overeenkomst met de Eva links, die na de suggestie van de slang, van de vrucht eet en vervolgens er van aan haar man wil geven. Rechts zien we de uitdrijving uit het paradijs, met de cherubs met het vlammende zwaard. Het eerste mensenpaar draagt nu dierenvellen, door God als troost voor hen gemaakt. Maar hun figuren ogen somber en tragisch. |
||